7.6 Toelichting op de balans
Activa
1. Materiële vaste activa
Tabel 7.5 Materiële vaste activa (bedragen x € 1 miljoen)
Terreinen/ Erfpacht | Gebouwen | Installaties gebouwen | Computer installaties | Overige activa | Activa in Uitvoering | Totaal | |
Stand per 1 januari 2025 | |||||||
Aanschafwaarde | 42,1 | 118,4 | 66,7 | 45,8 | 14,7 | 7,7 | 295,4 |
Cumulatieve afschrijvingen | -3,6 | -74,8 | -55,8 | -37,5 | -10,5 | - | -182,2 |
Boekwaarde 1 januari 2025 | 38,5 | 43,6 | 10,9 | 8,3 | 4,2 | 7,7 | 113,2 |
Investeringen | - | 6,6 | 1,7 | 4,1 | 1,3 | -4,6 | 9,1 |
Aanschafwaarde desinvesteringen | - | -1,2 | -1,3 | -2,3 | - | - | -4,8 |
Afschrijvingen desinvesteringen | - | 1 | 1,3 | 2,3 | - | - | -9,2 |
Boekwaarde 31 december 2025 | 38,4 | 46,4 | 11,4 | 8,9 | 4,7 | 3,1 | 112,9 |
Stand per 31 december 2025 | |||||||
Aanschafwaarde | 42,1 | 123,8 | 67,1 | 47,6 | 16,0 | 3,1 | 299,7 |
Cumulatieve afschrijvingen | -3,7 | -77,4 | -55,7 | -38,7 | -11,3 | - | -186,8 |
Boekwaarde 31 december 2025 | 38,4 | 46,4 | 11,4 | 8,9 | 4,7 | 3.1 | 112,9 |
De SVB hanteert een roulatieschema waarin jaarlijks een aantal panden getaxeerd wordt. Het resultaat van deze taxatie bepaalt of er indicaties zijn voor een bijzondere waardevermindering bij de panden. Mocht er bij de toetsing van de panden gedurende het boekjaar een indicatie zijn voor een bijzondere waardevermindering, dan worden alle panden getoetst. Voor drie panden is de waarde gebaseerd op de taxatie uit 2025. Voor drie panden is de waarde gebaseerd op de taxatie uit 2025. Voor de overige zeven panden is de waarde gebaseerd op de taxatie uit 2023 of 2024. Er zijn geen indicaties geconstateerd die zouden moeten leiden tot een bijzonder waardeverminderingsverlies.
De investeringen in installaties bedragen in 2025 € 1,7 miljoen. Bij aanschaf van gebouwen werden deze installaties vanaf start bouw in een totaal bedrag verantwoord onder de rubriek gebouwen. Deze installaties worden nu vervangen en dit wordt nu meer specifiek gerubriceerd onder installaties. Doordat de vervanging van installaties niet meer onder de gebouwen wordt gerubriceerd ontstaat daar ook een mutatie in 2025 waarbij de boekwaarde van het oude actief (aanschafwaarde-/-afschrijving) in mindering wordt gebracht op de rubriek gebouwen.
De investeringen en desinvestering in 'installaties gebouwen' hebben betrekking op vervangingen van koelmachines, gevelinstallaties en diverse elektrische installaties.
De computerinstallaties investeringen hebben voornamelijk betrekking op datacenter- en werkplek beveiligingstools voor apparaten en aanschaf van nieuwe laptops en telefoons.
Activa in uitvoering heeft betrekking op verschillende projecten zoals het plaatsen van laadpalen, vervangen van kozijnen en het moderniseren van liften etc. Deze projecten zijn nog niet volledig afgerond.
2. Financiële vaste activa
Tabel 7.6 Financiële vaste activa (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per | Mutaties | Boekwaarde per | |
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen | 2,2 | - | 2,2 |
Algemene Kinderbijslagwet | 843,8 | - | 843,8 |
Regeling bijstand buitenland | 0,0 | - | 0,0 |
Wet op het kindgebonden budget | 2,3 | - | 2,3 |
Totaal Financiële vaste activa | 848,3 | - | 848,3 |
De financiële vaste activa betreft een langlopende vordering op het ministerie van SZW, die is ontstaan door de overgang van het afrekenen op kasbasis naar het afrekenen op transactiebasis. In 2025 zijn er geen mutaties geweest.
Vlottende activa
3. Vorderingen
Tabel 7.7 Vorderingen (bedragen x € 1 miljoen)
31-12-2025 | 31-12-2024 | |
Dienstverlening | ||
Vordering premiebaten Belastingdienst | 5.201,5 | 5.071,0 |
Uitstaande middelen bij het Rijk | 1.644,0 | 1.747,5 |
Uitkeringsdebiteuren | 58,9 | 51,5 |
Overige vorderingen | 86,8 | 224,1 |
Overlopende activa | 4,8 | 7,3 |
Rekening-courant niet-SV regelingen | 2,6 | 0,2 |
Totaal Dienstverlening | 6.998,7 | 7.101,6 |
Bedrijfsvoering | ||
Debiteuren | 1,6 | 0,4 |
Overige vorderingen | 2,1 | 2,3 |
Overlopende activa | 12,1 | 8,9 |
Totaal Bedrijfsvoering | 15,8 | 11,6 |
Totaal Vorderingen | 7.014,5 | 7.113,3 |
Van de totale vorderingen (€ 7.014,5 miljoen) heeft het overgrote gedeelte een looptijd korter dan één jaar (€ 7.013,1 miljoen). De vorderingen met een looptijd langer dan één jaar bedragen € 1,4 miljoen en hebben betrekking op de overige vorderingen en overlopende activa. Binnen de overige vorderingen heeft een bedrag van € 0,03 miljoen betrekking op leningen verstrekt aan het personeel. Binnen de overlopende activa betreft het de vooruitbetaalde facturen, waarbij de diensten in de toekomst geleverd worden (€ 1,4 miljoen). Voor de leningen verstrekt aan het personeel is een nominaal rentepercentage gehanteerd van 4,0% (2024: 4,0%).
Toelichting vorderingen
Vordering premiebaten Belastingdienst
Tabel 7.8 Vorderingen premiebaten Belastingdienst (bedragen x € 1 miljoen)
Algemene Ouderdomswet | Algemene nabestaandenwet | Vorderingen per 31-12-2025 | |
Vorderingen inzake december ontvangen premiebaten | 2.276,4 | 15,0 | 2.291,4 |
Te ontvangen premiebaten inzake verschoven kasbasis | 2.890,3 | 19,8 | 2.910,2 |
Te vorderen premies Belastingdienst per 31 december 2025 | 5.166,7 | 34,8 | 5.201,6 |
De te ontvangen premiebaten ultimo 2025 bestaan uit de premiebaten over december 2025 en premiebaten over januari 2026 die betrekking hebben op 2025 en eerder.
Per saldo zijn de te vorderen premies eind 2025 hoger dan de te vorderen premies eind 2024. Vooral de premies over december zijn hoger dan voorgaand jaar. De stijging in premiebaten is ook te zien en verklaard in de tabel 7.23 'Premiebaten AOW' en tabel 7.25 'Premiebaten ANW'.
Uitstaande middelen bij het Rijk
Het middelenbeheer van de SVB berust bij het Rijk en de hieruit voortvloeiende vordering- c.q. schuldpositie wordt op deze rekening verantwoord. De positie wordt beïnvloed door de mutaties rondom de financiering en de uitgaven van de uitkeringen. In 2025 resulteert dit in een vordering op het Rijk.
Uitkeringsdebiteuren
De uitkeringsdebiteuren betreffen vorderingen die de SVB op de uitkeringsgerechtigden heeft, inclusief boetes en maatregelen. Gezien de aard van deze uitkeringsdebiteuren en de complexiteit rondom de invordering, is de kans groot dat een substantieel deel van deze gelden niet meer zal worden terugontvangen.
Op basis van een geactualiseerde analyse is de onderliggende positie opnieuw beoordeeld. Hieruit is gebleken dat een aanpassing van de voorziening noodzakelijk was. De voorziening bedroeg in het voorgaande jaar € 52,6 miljoen en is in het huidige jaar vastgesteld op € 49,0 miljoen. Deze mutatie is het gevolg van een geactualiseerde inschatting van de verwachte realisatiewaarde van de uitkeringsdebiteuren.
Overige vorderingen dienstverlening
De overige vorderingen bestaan uit nog te ontvangen interest op de rekening-courant met het Rijk. In 2025 is de rente op de rekening-courant met het ministerie van Financiën het gehele jaar positief waardoor de rentebaten ad € 86,8 miljoen (2024: € 224,1 miljoen) als een vordering op de balans tot uitdrukking komt. De daling van het saldo van de nog te ontvangen interest wordt veroorzaakt door de lagere rente in 2025 (1,92%) ten opzichte van 2024 (3,88%).
Overlopende activa dienstverlening
De post overlopende activa dienstverlening betreft grotendeels een nog te ontvangen post van de premies. Dit betreft een regeling waarbij gerechtigden zich vrijwillig kunnen verzekeren voor de AOW en Anw. Dit is van toepassing op gerechtigden die al dan niet tijdelijk in het buitenland verblijven en in die periode anders niet verzekerd zouden zijn voor de AOW en de Anw.
De mutatie binnen de vrijwillige verzekeringen laat in 2025 een daling zien ten opzichte van het voorgaand jaar. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere instroom van nieuwe premies VV.
Rekening-courant niet-SV regelingen
De rekening-courant stand betreft de verhouding tussen de vorderingen en schulden met de niet-SV-regelingen. Het saldo is toe te rekenen aan V&O ( € 0,3 miljoen), aan VZA (€ 1,2 miljoen) en aan TNS (€ 1,2 miljoen).
Debiteuren
De toename in het saldo van de debiteuren komt door de stijging van de herrubricering van crediteuren met een debetsaldo per 31 december 2025.
Overige vorderingen bedrijfsvoering
Overige vorderingen bedrijfsvoering hebben voornamelijk betrekking op de afrekening van de kosten met de instanties Rijksvastgoedbedrijf, IAS en ISBG. De afrekening IAS en ISBG bestaat uit het saldo van de verstrekte voorschotten aan IAS en ISBG en de daadwerkelijke uitvoeringskosten. De daling komt doordat de verstrekte voorschotten in lijn zijn met de daadwerkelijke uitvoeringskosten.
Overlopende activa bedrijfsvoering
Tabel 7.9 Overlopende activa bedrijfsvoering (bedragen x € 1 miljoen)
31-12-2025 | 31-12-2024 | |
Vooruitbetaalde kosten | 12,0 | 8,8 |
Sociaal Attachés | 0,1 | 0,1 |
Totaal Overlopende activa Bedrijfsvoering | 12,1 | 8,9 |
De post overlopende activa bedrijfsvoering heeft betrekking op vooruitbetaalde kosten zoals licentiekosten, huur serversruimte en onderhoud hardware. De stijging van de overlopende activa ten opzichte van voorgaand jaar is te verklaren door nieuwe licenties en door verlenging van een IT‑dienst met betrekking tot veilige gegevensverwerking en opslag.
4. Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit vrij opneembare banktegoeden.
Passiva
5. Fondsvermogen AOW/Anw
Tabel 7.10 Fondsvermogen (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per | Mutaties | Boekwaarde per | |
Algemene Ouderdomswet | 1.339,0 | -372,3 | 966,7 |
Normvermogen | 897,7 | -523,7 | 374,0 |
Vermogenstekort/-overschot | 441,4 | 151,4 | 592,7 |
Algemene nabestaandenwet | 2.530,4 | -148,8 | 2.381,6 |
Normvermogen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Vermogenstekort/-overschot | 2.530,4 | -148,8 | 2.381,6 |
Totaal Fondsvermogen AOW/Anw | 3.869,5 | -521,1 | 3.348,3 |
Het fondsvermogen bestaat uit het normvermogen en het vermogenstekort/-overschot. Jaarlijks stelt de SVB het normvermogen vast. Het streven is om het vermogenstekort/-overschot jaarlijks op nihil te hebben.
Het fondsvermogen van het AOW-fonds is eind 2025 € 372,3 miljoen lager en het fondsvermogen van het Anw-fonds is € 148,8 miljoen lager dan het fondsvermogen eind 2024 (zie tabel 7.22 'Uitsplitsing van baten en lasten AOW’ en tabel 7.24 'Algemene nabestaandenwet').
Het fondsvermogen bij zowel AOW als Anw is gedaald doordat de inkomsten uit premies en rijksbijdragen in 2025 lager zijn ten opzichte van de uitkeringslasten en uitvoeringskosten in 2025. Vanaf 2017 is het premietarief Anw door het Rijk verlaagd met als doel om het overschot in het fondsvermogen geleidelijk af te bouwen door middel van een jaarlijks tekort. Dit is te zien in de tabel 7.24 'Algemene nabestaandenwet'.
De afname van het vermogensoverschot bij de Anw wordt veroorzaakt door de inkomsten uit premies die sinds 2017 lager zijn dan het totaal van de uitkeringslasten en uitvoeringskosten.
Vanaf 2017 is het premietarief door het Rijk verlaagd met als doel om het overschot in het fondsvermogen geleidelijk af te bouwen door middel van een jaarlijks tekort. Dit is te zien in de tabel 7.24 'Algemene nabestaandenwet'.
6 Bestemmingsfondsen
Tabel 7.11 Bestemmingsfondsen (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per | Mutaties | Boekwaarde per | |
Bestemmingsfonds ICT | 3,9 | 1,0 | 4,9 |
Totaal Bestemmingsfonds ICT | 3,9 | 1,0 | 4,9 |
De SVB heeft met ingang van boekjaar 2021 een bestemmingsfonds ICT. In de waarderingsgrondslagen zijn de kaders verder toegelicht. Het ministerie heeft bepaald dat het bestemmingsfonds ICT maximaal € 7,0 miljoen mag bedragen.
In 2025 is € 1,0 miljoen toegevoegd aan het bestemmingsfonds ICT.
7. Egalisatiereserve
Tabel 7.12 Egalisatiereserve ( bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per | Mutaties | Boekwaarde per | |
Egalisatiereserve | 6,3 | 3,9 | 10,2 |
Totaal Egalisatiereserve | 6,3 | 3,9 | 10,2 |
*De stand per 1-1-2025 is de aangepaste stand na verwerking van de stelselwijziging, zie paragraaf “Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening ”
Het saldo tussen de uitvoeringskosten en de bestedingsruimte inzake de bedrijfsvoering van de SVB in het SV-domein is, conform de SUWI-richtlijnen, toegevoegd aan de egalisatiereserve. Op SV-domein is het saldo van baten en lasten € 4,9 miljoen waarvan € 3,9 miljoen is gedoteerd aan de egalisatiereserve en € 1,0 miljoen aan het bestemmingsfonds ICT.
De egalisatiereserve mag conform artikel 5.10a van de regeling SUWI, over 2025 maximaal € 17,5 miljoen bedragen.
8. Voorzieningen
Tabel 7.13 Voorzieningen (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per | Mutaties | Boekwaarde per | |
Inzake organisatiewijzigingen | 1,5 | 0,8 | 2,3 |
Overige voorzieningen | 32,8 | 5,1 | 37,8 |
Totaal Voorzieningen | 34,2 | 5,9 | 40,1 |
*De stand per 1-1-2025 is de aangepaste stand na verwerking van de stelselwijziging, zie paragraaf “Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening ”
In onderstaande tabellen worden de voorzieningen nader toegelicht. De kosten voortvloeiend uit de voorzieningen worden toegerekend aan de wetten en regelingen.
Toelichting voorzieningen
Tabel 7.14 Voorzieningen inzake organisatiewijzigingen (bedragen x € 1 miljoen)
Aantal personen* | Stand per 1-1-2025 | Dotatie | Onttrekking | Vrijval | Stand per 31-12-2025 | Uitsplitsing looptijd | ||
<1jaar | >1jaar | |||||||
Sociaal Plan en Frictiekosten | 0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | - | - |
Kosten Sociaal Plan en WW en wachtgeld | 66 | 1,3 | 2,9 | -1,5 | -0,6 | 2,1 | 1,8 | 0,3 |
D-PGB | 5 | 0,2 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,2 | 0,0 |
Reorganisatie SVB | 0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | - | 0,0 | - | - |
Totaal | 71 | 1,5 | 3,0 | -1,5 | -0,7 | 2,3 | 1,9 | 0,4 |
* Betreft aantal personen per 31 december 2025.
Voorziening sociaal plan- en frictiekosten
In deze voorziening waren de verwachte toekomstige uitgaven opgenomen die voortkwamen uit de reorganisatie als gevolg van veranderingen binnen SVB Tien (het project voor de vervanging van het primaire systeem) en de eerder opgelegde efficiencytaakstellingen 2012‑2015. De voorziening had betrekking op kosten voor salarissen tijdens boventalligheid, WW‑uitkeringen en een bovenwettelijke regeling. Per 31 december 2025 is de voorziening niet langer benodigd.
Voorziening kosten sociaal plan, WW en wachtgeld
In deze voorziening zijn de kosten die voortvloeien uit het eigen risicodragerschap voor de WW verantwoord. Daarnaast omvat de voorziening de kosten verbonden aan wachtgeldverplichtingen.
De dotatie van € 2,9 miljoen heeft vrijwel geheel betrekking op nieuwe instroom in 2025. De vrijval van
€ 0,6 miljoen is het gevolg van kortingen op uitkeringen voor inkomsten en van het vervallen van de voorziening omdat rechthebbenden ander werk hebben gevonden.
De onttrekking van € 1,5 miljoen betreft de feitelijke kosten van WW-uitkering en bovenwettelijke uitkering in het boekjaar 2025.
Voorziening Dienstverlening PGB
Als gevolg van een afname van het werkaanbod bij Dienstverlening PGB in eerdere jaren, heeft de SVB destijds gewerkt aan het afbouwen van het werknemersbestand. De SVB is eigen risicodrager voor verplichtingen uit hoofde van eventuele werkloosheid en heeft de te verwachte betalen bedragen voorzien.
Voorziening reorganisaties SVB
Deze voorziening had betrekking op kosten voortvloeiend uit de concentratie van locaties van de SVB in de late jaren negentig. Het betrof met name verplichtingen uit wachtgelden. In 2024 zijn deze verplichtingen, vrijwel volledig afgewikkeld. In 2025 zijn de laatste uitbetalingen verricht. Per 31 december 2025 is de voorziening niet langer benodigd.
Tabel 7.15 Overige voorzieningen (bedragen x € 1 miljoen)
Stand per 1-1-2025 | Dotatie | Onttrekking | Vrijval | Stand per 31-12-2025 | Uitsplitsing looptijd | ||
korter dan 1 jaar | langer dan 1 jaar | ||||||
Eigen risicodragerschap WIA | 13,1 | 4,9 | -1,6 | -1,9 | 14,5 | 1,7 | 12,8 |
Levensfaseregeling | 5,6* | 6,5 | -1,8 | -1,4 | 8,8 | 2,3 | 6,6 |
Jubileumgratificaties | 4,6 | 0,9 | -0,5 | -0,2 | 4,8 | 0,5 | 4,2 |
Groot onderhoud | 9,5 | 1,6 | -1,3 | - | 9,8 | 2,8 | 7,0 |
Juridische procedures | - | - | - | - | - | - | - |
Totaal | 32,8 | 13,8 | -5,2 | -3,5 | 37,8 | 7,3 | 30,5 |
* De stand per 1-1-2025 is de aangepaste stand na verwerking van de stelselwijziging, zie paragraaf “ Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening ”
Voorziening eigen risicodragerschap WIA
De dotatie van € 4,9 miljoen is het gevolg van de toename van het aantal medewerkers dat in de regeling is ingestroomd alsmede van een geschat bedrag voor de groep potentiële instromers (langdurig zieken, dit zijn (oud-) medewerkers die meer dan 18 maanden ziek zijn).
De vrijval van € 1,9 miljoen is het gevolg van lagere uitkeringsrechten bij eigen inkomsten, herkeuring of aanpassing van het type uitkering, waarbij het UWV een lagere bijdrage bij de SVB in rekening brengt. Ook zijn enkele medewerkers uitgestroomd omdat zij in de IVA-regeling zijn ingestroomd, waar SVB geen bijdrage voor verschuldigd is.
Voorziening levensfaseregeling
Met ingang van het verslagjaar 2025 is een nadere duiding opgenomen in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ 271, Personeelsbeloningen). De richtlijn gaat nader in op de beoordeling of een recht op doorbetaalde afwezigheid voor een deel van de arbeidstijd een beloning met opbouw van rechten betreft. Indien er sprake is van een regeling die leidt tot de opbouw van rechten, is het treffen van een voorziening vereist. Deze voorziening betreft de toekomstige lasten die voortkomen uit het recht op deelname aan de regeling.
De richtlijn (RJ 271, Personeelsbeloningen) is van toepassing op de levensfaseregeling van de SVB, omdat het recht op het gebruik van de levensfaseregeling ontstaat in de aanloop naar de 62-jarige leeftijd van de medewerker. Een van de criteria van de regeling is dat een medewerker minimaal 5 jaar in dienst moet zijn. Doordat de regeling leeftijd- en diensttijdsafhankelijk is, is sprake van een regeling met opbouw van rechten en daarvoor geldt dat een voorziening getroffen moet worden. Deze voorziening wordt per rechthebbende in de vijf jaar voorafgaand aan het recht opgebouwd.
Om te voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in RJ 271 ‘Personeelsbeloningen’ is er een stelselwijziging doorgevoerd, die heeft geleid tot de opname van een voorziening per 1 januari 2025 van € 5,6 miljoen.
De dotatie van € 6,5 miljoen heeft betrekking op werknemers, die in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027, de leeftijd van 62 jaar bereiken en die op grond daarvan recht hebben op deelname aan de levensfaseregeling. De huidige cao van de SVB, waaraan rechten kunnen worden ontleend op deelname aan de levensfaseregeling, heeft een looptijd tot en met 31 december 2027.
De vrijval van € 1,4 miljoen betreft opgebouwde rechten voor het boekjaar 2025 die niet gebruikt zijn door rechthebbenden. De onttrekking van € 1,8 miljoen betreft de feitelijke kosten voor de deelnemers aan de levensfaseregeling in het boekjaar 2025.
Voorziening jubileumgratificaties
Deze voorziening heeft betrekking op de kosten van jubileumuitkeringen bij het bereiken van een dienstverband van 25 jaar en 40 jaar. In 2025 is in totaal € 0,5 miljoen uitgekeerd. De dotatie van € 0,9 miljoen wordt veroorzaakt door het effect van de cao-verhoging. De vrijval van € 0,2 miljoen is ontstaan door het uit dienst gaan van medewerkers waardoor zij geen recht meer hebben op een gratificatie.
Voorziening groot onderhoud
De SVB vormt een voorziening ter egalisatie van de onderhoudskosten met betrekking tot de bouwkundige kosten een voorziening voor groot onderhoud. In 2025 heeft een dotatie van € 1,6 miljoen plaatsgevonden en een onttrekking van € 1,3 miljoen voor uitgevoerde werkzaamheden in 2025, voornamelijk onderhoud van vliesgevels in het pand in Amstelveen.
Voorziening juridische procedures
De voorziening heeft betrekking op de verwachte verplichtingen mogelijke verplichtingen voortvloeiend uit juridische procedures. Op de verslagdatum zijn er geen lopende procedures waarvoor een uitstroom van middelen wordt verwacht.
9. Langlopende schulden
Tabel 7.16 Langlopende schulden (bedragen x € 1 miljoen)
31-12-2025 | 31-12-2024 | |
Remigratiewet | 1,2 | 1,2 |
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 | 0,1 | 0,1 |
Totaal Langlopende schulden | 1,3 | 1,3 |
De langlopende schulden betreffen een schuld aan het ministerie van SZW, die is ontstaan door de overgang van het afrekenen op kasbasis naar het afrekenen op transactiebasis. In 2025 zijn er geen mutaties geweest.
10. Kortlopende schulden
Tabel 7.17 Kortlopende schulden (bedrag x € 1 miljoen)
31-12-2025 | 31-12-2024 | |
Dienstverlening | ||
Te betalen uitkeringen | 3.528,0 | 2.940,9 |
Rekening-courant niet-SV regelingen | 570,3 | 769,0 |
Af te dragen loonheffing en premies | 398,7 | 384,3 |
Overige schulden | 0,4 | 0,4 |
Te verrekenen Rijksbijdragen SV regelingen | 17,5 | 11,0 |
Totaal Dienstverlening | 4.515,0 | 4.105,7 |
Bedrijfsvoering | ||
Crediteuren | 3,5 | 3,4 |
Overige schulden | 18,9 | 16,2 |
Belastingen en sociale premies | 17,4 | 16,7 |
Te betalen pensioenpremie | 4,2 | 4,2 |
Overlopende passiva | 12,2 | 13,9 |
Totaal Bedrijfsvoering | 56,2 | 54,4 |
Totaal Kortlopende schulden | 4.571,2 | 4.160,1 |
Te betalen uitkeringen
De te betalen uitkeringen bestaan voor het grootste deel uit opgebouwde vakantiegeld aanspraken van AOW’ers en Anw’ers over de periode mei 2025 tot en met december 2025. Verder bestaan de te betalen uitkeringen uit de AKW over het vierde kwartaal van 2025, die in het eerste kwartaal van 2026 worden uitbetaald.
Rekening-courant niet-SV-regelingen
De rekening-courant stand zijn schulden die zijn ontstaan door transacties voor niet-SV-regelingen. Van het gehele saldo is het overgrote gedeelte toe te rekenen aan PGB-regelingen (€ 567,2 miljoen). De overige saldi zijn schuldposities die ontstaan vanwege betalingen voor V&O (€ 3,2 miljoen) en de regeling GSN (€ 0,1 miljoen).
Af te dragen loonheffing en premies
De af te dragen loonheffing en premies hebben betrekking op de AOW, Anw en AIO. De stijging wordt veroorzaakt door een stijging van het aantal AOW-gerechtigden en door de indexatie van de uitkeringsbedragen op jaarbasis. De jaarlijkse indexatie van 2025 bedroeg 5,3% (2024: 6,9%).
Overige schulden Dienstverlening
De overige schulden dienstverlening bestaan uit de verrekeningen met de gemeenten. Deze verrekeningen betreffen verleende bijstand voor kredieten door de gemeenten aan uitkeringsgerechtigden. De SVB heeft deze kredieten overgenomen van de gemeenten. Het saldo loopt af wanneer betreffende kredieten worden afgewikkeld.
Te verrekenen Rijksbijdragen SV-regelingen
De verschuldigde € 17,5 miljoen betreft de afrekening van de budget gefinancierde regelingen met SZW. In de volgende tabel is de afrekening per wet gespecificeerd.
Tabel 7.18 Te verrekenen Rijksbijdragen SV-regelingen (bedrag x € 1 miljoen)
Programmakosten | Uitvoeringskosten | Totaal afrekening | |||||
Wet of regeling | Realisatie | Voorschot | Afrekening | Realisatie | Voorschot | Afrekening | |
Algemene Kinderbijslagwet | 4.766,0 | 4.773,0 | -7,0 | 108,5 | 108,5 | 101,5 | |
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers | 6,1 | 6,3 | -0,2 | 2,0 | 2,0 | 1,8 | |
Aanvullende Inkomensvoorziening voor Ouderen (AIO), inclusief de tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Libanon, Oekraïne en medische evacués Gazastrook | 509,3 | 511,7 | -2,4 | 47,8 | 47,8 | 45,4 | |
Wet op het kindgebonden budget buitenland | 17,9 | 16,2 | 1,7 | 9,2 | 9,2 | 10,9 | |
Wet kinderopvangtoeslag buitenland, de realisatie uitvoeringskosten onder 'uitvoeringskosten WKB buitenland' | 1,7 | 1,9 | -0,2 | - | - | -0,2 | |
Overbruggingsregeling AOW | 0,8 | 0,8 | -0,0 | 0,0 | 0,0 | -0,0 | |
Remigratiewet | 36,8 | 37,2 | -0,4 | 2,3 | 2,3 | 1,9 | |
Regeling bijstand buitenland | 0,8 | 0,8 | -0,0 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | |
Regeling Tegemoetkoming Stoffen-gerelateerde Beroepsziekten | 3,4 | 5,6 | -2,2 | 3,1 | 3,1 | 0,9 | |
Voorschot gebundelde uitvoeringskosten | 180,0 | -180,0 | -180,0 | ||||
Totaal nog te verrekenen | 5.342,7 | 5.353,4 | -10,7 | 173,3 | 180,0 | -6,8 | -17,5 |
Openstaande middelen van het Rijk
Het middelenbeheer van de SVB berust bij het Rijk en de hieruit voortvloeiende vordering- c.q. schuldpositie wordt op deze rekening verantwoord. Deze positie op het Rijk is in 2025 een vordering.
Crediteuren
Het saldo crediteuren in de bedrijfsvoering is in lijn met de positie van voorgaand jaar.
Overige schulden Bedrijfsvoering
De overige schulden bestaan vooral uit de verplichting voor nog niet opgenomen verlofdagen van € 17,2 miljoen (2024: € 15,9 miljoen). De verplichting voor verlofuren is in het verslagjaar met € 1,3 miljoen toegenomen. Deze stijging wordt deels verklaard door een toename van aantal interne medewerkers. Daarnaast leidt de cao-verhoging tot een hoger gemiddelde uurtarief, waardoor de verplichting voor verlofuren toeneemt.
Belastingen en sociale premies
De belastingen en sociale premies hebben betrekking op de personeel gerelateerde nog af te dragen loonheffingen en premies over de maand december. Stijging ten opzichte van 2024 is mede veroorzaakt door de cao-verhoging en toename van het aantal interne fte's, waardoor ook de af te dragen belasting en premies hoger zijn.
Te betalen pensioenpremie
De te betalen pensioenpremie heeft betrekking op de pensioenafdrachten voor de maand december. De te betalen pensioenpremie heeft betrekking op de pensioenafdrachten over de maand december. Het saldo is gelijk aan de positie ultimo 2024.
Overlopende passiva
De overlopende passiva bestaan voornamelijk uit nog te betalen posten voor diensten en leveringen in 2025, waarvoor per 31 december nog geen factuur is ontvangen. Hierin zijn geen schulden opgenomen met een looptijd langer dan één jaar.
Het saldo overlopende passiva bestaat voor ongeveer de helft (€ 6,4 miljoen) uit nog te betalen uren voor inhuur externen en uitzendkrachten.
De daling van € 1,7 miljoen wordt onder meer verklaard door een lagere transitorische post voor de inhuur van externen en uitzendkrachten. Het saldo per december 2025 ligt lager dan per december 2024, wat samenhangt met een afname van de externe inhuur in het boekjaar. Daarnaast is in 2025 geen WKR eindheffing verschuldigd geweest, aangezien de SVB binnen de fiscale vrije ruimte is gebleven. In 2024 was daarentegen nog een bedrag van € 0,8 miljoen transitorisch verantwoord.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa
Tabel 7.19 Niet uit balans opgenomen verplichtingen en activa (bedrag x € 1 miljoen)
31-12-2025 | 31-12-2024 | |
Korter dan/ gelijk aan 1 jaar | 29,3 | 34,1 |
1 tot en met 5 jaar | 1,9 | 4,9 |
langer dan 5 jaar | - | - |
Totaal | 31,2 | 39,0 |
De huur-, lease- en onderhoudsverplichtingen, op basis van de nog niet verstreken termijnen van de lopende overeenkomsten, bedroegen per balansdatum € 31,2 miljoen (2024: € 39,0 miljoen). Het betreft meerjarige financiële verplichtingen die voortvloeien uit langlopende overeenkomsten. Voor de jaarrekening 2025 is dezelfde drempel gehanteerd als in 2024 om de niet in de balans opgenomen verplichtingen te bepalen. De huidige grens is momenteel vastgesteld op € 0,15 miljoen.
De afname van de verplichtingen in 2025 wordt voornamelijk veroorzaakt door het beëindigen van enkele contracten. Bovendien kan meer dan de helft van de contracten die onder de balans opgenomen verplichtingen vallen, tussentijds worden beëindigd, wat eveneens invloed heeft op de stand van de verplichting.
Er zijn geen overeenkomsten met een looptijd langer dan vijf jaar.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa inzake fondsen
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa van de fondsen zijn hier niet weergegeven, omdat die volledig worden afgedekt door de toekomstige financiering door het Rijk.
