2.1 Voor burgers is het aanvraagproces duidelijk en eenvoudig
Doorlooptijd aanvraagproces verkort en processtappen verminderd op de internationale dienstverlening
In het eerste tertaal van 2025 is het aanvraagproces voor AOW-pensioen in Marokko geëvalueerd om verbeteringen te identificeren. De voorgestelde verbeteringen zijn getest in een experiment en zijn in het tweede en derde tertaal gevalideerd. Door wijzigingen in de aanleverplicht en onderzoekplicht zijn er minder processtappen nodig, wat heeft geleid tot een aanzienlijke stijging van het percentage aanvragen dat binnen de doorlooptijd van 8 weken (met een mogelijkheid tot verlenging van 8 weken) wordt afgehandeld: van 62% naar 91%. In 2026 wordt deze verbeterde werkwijze structureel toegepast in het aanvraagproces Marokko. Ook voor Turkije zijn verbeteracties doorgevoerd in het aanvraagproces. Hoewel hier geen experiment is uitgevoerd, heeft de aangepaste werkwijze geleid tot minder onderzoeksstappen en een verkorting van de doorlooptijd van gemiddeld 169 dagen in 2024 naar 58 dagen in de periode maart 2025 tot november 2025.
Vermindering administratieve last AIO
De SVB heeft besloten om (tijdelijk) de inlichtingenplicht voor AIO-gerechtigden voor het melden van verblijf in het buitenland te verlichten. AIO-gerechtigden hoeven uitsluitend verblijf in het buitenland aan de SVB te melden als dit verblijf op jaarbasis de maximale verblijfsduur van 13 weken (voor de jongere partner 4 weken) overschrijdt. Burgers zijn in mei 2025 via een mailing geïnformeerd. Hierdoor neemt de administratieve last voor de burger af. Het aantal vakantiemeldingen laat sinds de start van de tijdelijke maatregel een dalende trend zien.
Tweede pilot AIO
Om potentiële AIO-gerechtigden nog beter te bereiken, heeft de SVB ook inkomens- en vermogensgegevens van de Belastingdienst nodig. De wettelijke basis daarvoor ontbreekt nog. De SVB voert met SZW en de Belastingdienst gesprekken over een vervolgpilot AIO, waarbij ook de inkomens-en vermogensgegevens van de Belastingdienst via versleutelde berekeningen worden benut. Daarbij wordt uitsluitend de noodzakelijke uitkomst gedeeld, zonder dat betrokken organisaties inzicht krijgen in elkaars onderliggende gegevens. Samen met de Belastingdienst en het UWV heeft de SVB een verkenning uitgevoerd. Daaruit bleek dat een vervolgpilot perspectief biedt op verbeterde resultaten.
Doel 2025:
| Wordt de tweede pilot AIO gestart. |
|---|
Wet proactieve dienstverlening
In het wetsvoorstel proactieve dienstverlening wordt bepaald dat UWV, de SVB en gemeenten proactieve dienstverlening kunnen toepassen bij de uitvoering van hun wettelijke taken. Doel is het verminderen van het niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen. In haar uitvoeringstoets heeft de SVB aangegeven nog geen oordeel te kunnen geven over de uitvoerbaarheid, omdat de wet een bevoegdheid creëert, een zogenaamde “kan” bepaling, en dat de invulling nog wordt uitgewerkt in meerdere ministeriële regelingen. Pas na deze uitwerking kunnen de impact en de uitvoerbaarheid bepaald worden per voorstel. De SVB zet in eerste instantie in op twee pijlers als het gaat om de implementatie van het Wetsvoorstel proactieve dienstverlening: 1. een vervolgpilot op de AIO met de Belastingdienst en 2. het delen van AIO gegevens met andere partijen zodat zij burgers proactief kunnen bedienen. Voor de pilot met de Belastingdienst worden gesprekken met de verschillende stakeholders gevoerd. Voor de tweede pijler is een verwerkersovereenkomst met Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) getekend waardoor BIDN gegevens van de SVB mag gebruiken voor de verkenning/analyse voor de business case.
Doel 2025:
| Wordt de Wet proactieve dienstverlening geïmplementeerd. |
|---|


