3.2 Vereenvoudiging en ontwikkeling van wet- en regelgeving
In 2025 hebben SZW en de SVB de samenwerking op het gebied van vereenvoudiging van wet- en regelgeving vormgegeven in een programmatische aanpak: Werkagenda Vereenvoudiging Volksverzekeringen. In een multidisciplinaire samenwerking tussen beleid en uitvoering werken SZW en de SVB samen aan concrete vereenvoudigingsvoorstellen voor wet- en regelgeving die direct bruikbaar zijn voor een politieke afweging. De prioriteit gaat uit naar invoering van een objectief partnerbegrip binnen de AOW, de toekomst van de kindregelingen en het vereenvoudigen van de internationale dienstverlening van de SVB.
Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM) en de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning
In 2025 is gezamenlijk met SZW en relevante stakeholders gewerkt aan het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM). VIM is opgericht om vanuit het burgerperspectief knelpunten binnen inkomensondersteuning op een domein overstijgende aanpak op te lossen. In juni 2025 is VIM afgerond. De opvolger van VIM is de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning. In 2025 is de eerste kamerbrief over de hervormingsagenda aan de Tweede Kamer gestuurd.
Doel 2025:
Wordt de vereenvoudigingsagenda uitgevoerd. |
Leefvormen in de AOW
Objectief partnerbegrip
De SVB pleit al tijden voor vereenvoudiging van de leefvormensystematiek in de AOW. De leefvormensystematiek is namelijk complex voor zowel de burger als voor de uitvoering. Op korte termijn wil de SVB in de AOW aansluiten bij het partnerbegrip, zoals ook de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen dat gebruiken. Op grond van objectieve criteria (gehuwd, gezamenlijk kind of gezamenlijk eigenaar van een woning) kan een partnerschap worden vastgesteld, zonder te vragen wat er achter de voordeur gebeurt. Voor burgers is dit beter voorspelbaar en begrijpelijker. Voor de SVB is dit tegelijkertijd eenvoudiger uit te voeren. Om dit pleidooi te onderbouwen is in 2025 onderzoek gedaan naar de financiële impact door middel van een bestandsvergelijking waarbij de gegevens van AOW’ers zijn vergeleken met gegevens over fiscaal partnerschap bij de Belastingdienst. Uit het onderzoek blijkt dat voor meer dan 98,6% van de AOW’ers een objectief partnerbegrip geen inkomensgevolgen heeft. De SVB pleit ervoor om het objectieve partnerbegrip AOW mee te nemen in de eerste Vereenvoudigingswet.
Maatschappelijke kosten- en batenanalyse
In opdracht van de ministeries van SZW, VWS en VRO is een maatschappelijke kosten- en batenanalyse uitgevoerd naar de effecten van de AOW op het terrein van wonen en zorg. Het onderzoek toont aan dat de huidige AOW ouderen belemmert om te gaan samenwonen. De analyse ondersteunt het pleidooi van de SVB voor een vereenvoudiging van de leefvormensystematiek in de AOW en het voorkeurscenario hierbij is het overgaan op het objectief partnerbegrip in de AOW. Aanpassing van de leefvormensystematiek leidt tot meer AOW-gerechtigden die gaan samenwonen en dus extra vrijkomende woningen. Daarnaast leidt het ook tot meer wederzijdse (mantel)zorg, minder formele zorg en minder eenzaamheid.
Duurzaam gescheiden leven (DGL)
De SVB heeft in nauwe samenwerking met het Centraal Administratie Kantoor (CAK) en de ministeries van SZW en VWS een voorstel uitgewerkt om de keuzeoptie voor duurzaam gescheiden leven bij opname van een partner in een zorginstelling te schrappen. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid en eenvoud voor burgers en de uitvoering. Het afschaffen van de keuzeoptie om als duurzaam gescheiden leven te worden aangemerkt wordt gerealiseerd in de uitwerking van het objectieve partnerbegrip in de AOW.
Gebaar van erkenning voor Surinaamse Nederlanders
De SVB heeft in juli 2024 een eenmalig bedrag van € 5.000 automatisch uitbetaald aan 23.067 ouderen, als gebaar van erkenning voor Surinaamse Nederlanders. Het kan voorkomen dat iemand in aanmerking komt voor het gebaar, maar dat dit niet automatisch is uitbetaald. Burgers die dat aangaat, kunnen sinds 1 juli 2024 contact opnemen met de SVB voor een aanvraagformulier. Sindsdien hebben 2.896 schriftelijke aanvragen tot 1.863 toekenningen geleid, waarvan 163 in 2025. Tot op heden hebben bijna 400 mensen bezwaar gemaakt tegen een afwijzing. Dit heeft tot ongeveer 100 beroepzaken geleid. De meeste beroepen zijn ongegrond verklaard. Twaalf betrokkenen hebben hoger beroep aangetekend. De SVB heeft hoger beroep aangetekend in zeven zaken. De Centrale Raad van Beroep heeft in februari 2026 de belangrijkste vraagstukken in een themazitting behandeld. Burgers kunnen tot 1 juli 2026 een aanvraag indienen voor het gebaar van erkenning voor Surinaamse Nederlanders.
Wet vereenvoudiging Dubbele Kinderbijslag bij Intensieve Zorg (DKIZ)
In 2025 heeft de SVB een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder de doelgroep van de DKIZ. Ruim 400 ouders hebben hieraan deelgenomen en vijf medewerkers van de SVB zijn ook geïnterviewd over de ervaringen met de gewijzigde wet. De gewijzigde wet heeft ervoor gezorgd dat ouders van kinderen met een Wlz-indicatie de dubbele kinderbijslag automatisch en zonder aanvraag krijgen. Het klanttevredenheidsonderzoek en de ervaringen van medewerkers zijn inbreng voor de invoeringstoets die de SVB samen met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) opstelt. De invoeringstoets zal begin 2026 opgeleverd worden aan SZW.
Kindregelingen
De SVB heeft in 2025 in haar knelpuntenbrief opnieuw gepleit voor een hervorming van de kindregelingen kinderbijslag en kindgebonden budget naar één integrale kindregeling en een voorkeur uitgesproken voor het stelsel van de sociale zekerheid boven het toeslagenstelsel. De kindregelingen zijn als een afzonderlijk spoor opgenomen in de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning onder coördinatie van de Minister van SZW. In de Werkagenda Vereenvoudiging Volksverzekeringen worden samen met SZW, het ministerie van Financiën en Dienst Toeslagen verschillende beleidsvarianten uitgewerkt om tot een toekomstbestendige kindregeling te komen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat een integrale kindregeling is opgenomen in het coalitieakkoord.
Codificatietraject bevoegdheden kindregelingen internationaal
De SVB heeft in december 2025 een U-toets uitgebracht over de Wet codificatie uitvoeringspraktijk internationale gezinsuitkeringen. Het wetsvoorstel richt zich op de werkzaamheden die de SVB reeds doet op het gebied van de kindregelingen internationaal en dient om de juridische grondslag hiervoor te bestendigen. De SVB en ketenpartner Dienst Toeslagen zijn vanaf het begin betrokken in het wetgevingstraject onder leiding van de ministeries van SZW en Financiën. De beoogde inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel is 1 januari 2027.
Nieuwe financiering kinderopvang
Naar verwachting treedt in 2029 de wet Nieuwe Financiering Kinderopvang in werking. Dit vervangt de huidige kinderopvangtoeslag. Dienst Toeslagen voert dit uit, maar in de context van gezinsbijslagen speelt de SVB momenteel een rol in het uitkeren van de kinderopvangtoeslag.
In het nieuwe stelsel wordt de financiering niet meer gezien als onderdeel van gezinsbijslagen. Dit betekent dat de financiering niet langer exporteerbaar is wat een vereenvoudiging is voor de internationale gevalsbehandeling in het algemeen. Bij de wetsvoorbereiding heeft de SVB nadrukkelijk ingezet op deze lijn. De SVB vervult in het nieuwe stelsel niet langer een rol bij de financiering van de kinderopvang. De SVB levert in het eerste kwartaal van 2026 een uitvoeringstoets op.
Internationale dienstverlening
In 2025 zijn een aantal opdrachten, die bijdragen aan vereenvoudiging van de internationale dienstverlening, verder uitgewerkt en opgepakt. Dit betreft opdrachten zoals het verbeteren van de gegevensuitwisseling met andere landen (zie paragraaf 2.2), de vereenvoudiging van verdragen en de vereenvoudiging van verordening 883 over de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. In samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven) wordt een aantal TPW-denkrichtingen (toepasselijke wetgeving) uitgewerkt in potentiële opdrachten. De TPW bepaalt of iemand onder Nederlandse wetgeving sociaal verzekerd kan blijven. De denkrichtingen die worden uitgewerkt zijn: het verkennen van nieuwe aanknopingspunten voor het vaststellen van de TPW, het verkennen van de mogelijkheid om de TPW over een langere periode vast te stellen en het centraliseren of automatiseren van het vaststellen van de TPW. In 2025 is een kompas opgeleverd dat richting biedt op welke landen de SVB zich moet focussen de komende tijd en welke beleidskeuzes gemaakt kunnen worden. Via multidisciplinaire taskforces per land wordt ingezet op het inregelen van structurele gegevensuitwisseling met landen, goede samenwerking met zusterorganen en dergelijke.
Verder heeft een verdiepende ambtelijke bijeenkomst plaatsgevonden in samenwerking met SZW op de (voorheen hervormingsagenda) taakopdracht internationaal in de Werkagenda Volksverzekeringen. Hier zijn knelpunten en handelingsperspectieven en mogelijke maatregelen geïnventariseerd. Concreet uitgewerkte vereenvoudigingsvoorstellen worden voor de zomer 2026 aangeboden aan de Tweede Kamer via een Kamerbrief.
Doel 2025:
Draagt de SVB nadrukkelijk bij aan de vereenvoudiging van het stelsel (AOW, kindregeling, internationaal). |
Participatiewet in balans
In 2025 heeft de SVB een uitvoeringstoets op de wetswijziging ‘Participatiewet in balans’ uitgevoerd omdat de uitvoering van de AIO onder deze wet valt. De Participatiewet wordt soms als hard ervaren, blijkt uit diverse beleidsanalyses en signalen uit de praktijk. Met het programma Participatiewet in balans wil de regering de ervaren hardheid wegnemen door vertrouwen en menselijke maat als centrale begrippen te verankeren in (de uitvoering van) de wet. De wetswijzigingen maken het mogelijk om ons werk op diverse punten te vereenvoudigen. Spoor 1 bestaat uit een pakket van ruim twintig maatregelen. Deze maatregelen worden gefaseerd ingevoerd.
De belangrijkste wijzigingen die op 1 januari 2026 in werking treden gaan over: het toekennen van bijstand met drie maanden terugwerkende kracht, vrijlating van giften, vaststelling van vermogen, uitzondering op gelijkstelling met gehuwden in geval van een zorgbehoefte, codificatie van jurisprudentie over het onweerlegbaar rechtsvermoeden en de bevoegdheid om een verkorte aanvraagprocedure te hanteren.
Beroepsziektenregelingen
In 2025 zijn drie beroepsziekten toegevoegd aan de TSB (Tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten). De bestaande protocollen zijn herijkt en eerder afgewezen aanvragers hebben de kans gekregen om een nieuwe aanvraag in te dienen. Hierdoor is het toekenningspercentage in het tweede halfjaar van 2025 gestegen van circa 30% naar meer dan 40%.
Naast uitbreiding en herijking van de protocollen is er in de keten gewerkt aan de bekendheid van de regeling. Bovendien is er in de zomer veel media-aandacht geweest voor de regeling. Ook deze maatregelen hebben bijgedragen aan een stijging van het aantal aanvragers. De SVB werkt verder samen met de ketenpartners aan diverse procesverbeteringen, zoals een vereenvoudiging van het bezwaar- en beroepsproces.
Richtlijn tijdelijke bescherming voor Oekraïense ontheemden
In maart 2027 loopt de verlenging van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor Oekraïense ontheemden af. Nederland is na afloop van deze regeling aangewezen op landelijke wetgeving. Een verzamelbrief over het vervolg op de RTB is door het ministerie van Asiel en Migratie in november 2025 naar de Tweede Kamer verstuurd. Het kabinet is voornemens een tijdelijke, driejarige verblijfsvergunning (transitiedocument) te introduceren. Oekraïense ontheemden die voor het transitiedocument kiezen, doen afstand van hun asielaanvraag en krijgen een andere verblijfstitel. De voorgestelde overgang naar een tijdelijk transitiedocument heeft directe en omvangrijke consequenties voor de SVB uitvoering. Met de nieuwe verblijfstitel komen niet alleen de werkende maar ook de niet-werkende Oekraïense ontheemden in aanmerking voor de volksverzekeringen en andere voorzieningen, en krijgen hiermee toegang tot o.a. AKW, (opbouw van) AOW, AIO, Anw en Wlz. Dit betekent een potentieel grote instroom van Oekraïense ontheemden in verschillende SVB-regelingen. De SVB heeft in 2025 aandacht gevraagd voor het belang van een transitieperiode na maart 2027, zodat de instroom gefaseerd plaats kan vinden. De SVB is met SZW, VWS en VNG in gesprek over de uitwerking van deze transitie, waaronder over het ingezetenschap en het effect op de uitvoering. Zonder een zorgvuldig vormgegeven transitieperiode en extra middelen voor capaciteit ontstaat een acute uitvoeringsdruk, vooral binnen de AIO.
Wet hersteloperatie toeslagen
Tabel 3.2 Stand kwijtschelding schulden
Type regeling | Aantal personen | Bedrag kwijtschelding |
|---|---|---|
AKW | 607 | € 878.562,69 |
Anw | 58 | € 214.641,59 |
AOW | 7 | € 12.931,27 |
AIO | 8 | € 7.533,00 |
Remigratiewet | 6 | € 9.230,97 |
PGB | 21 | € 59.395,35 |
Totaal | 707 | € 1.182.294,87 |
Het kabinet heeft in 2021 toegezegd dat de op 31 december 2020 openstaande overheidsschulden van alle gedupeerden van de toeslagenaffaire worden kwijtgescholden. Eind 2022 is daartoe de Wet hersteloperatie toeslagen in werking getreden. In juli 2023 zijn aanvullende wetsvoorstellen op deze wet aangenomen, gericht op de nabestaanden en ex-partners van erkende gedupeerden. Tot en met 2025 heeft de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) voor de SVB 1.907 ouders als gedupeerden aangemerkt en 602 ouders als niet-gedupeerden. De SVB heeft de dossiers van 1.884 gedupeerden met publieke schulden afgerond. Bij de SVB zijn (nog) geen nabestaanden in beeld die voor kwijtschelding in aanmerking komen. De SVB past bij ondersteuning van gedupeerden zoveel mogelijk maatwerk toe. In 2025 heeft de UHT alle integrale beoordelingen kunnen afronden. In lijn hiermee is de instroom bij de SVB zichtbaar teruggelopen. Voor de kwijtschelding van schulden bij ex-partners en nabestaanden en de laatste beoordelingen na bezwaar worden in 2026 en mogelijk ook nog in 2027 werkzaamheden verwacht.


